​​

Goede Vrijdag

De vrijdag voor Pasen noemen we Goede Vrijdag. In tegenstelling tot de feestdagen Kerst, Pasen en Pinksteren, is Goede Vrijdag eigenlijk gedenkdag. We staan op die dag stil bij het lijden en sterven van Jezus Christus. De Joodse leiders en de Romeinen veroordeelden Hem tot de dood. Jezus werd buiten de stadspoort van Jeruzalem, op een heuvel die Golgotha heet, gekruisigd. Aan het kruis stierf Hij. 

Het lijden en sterven van Jezus Christus is een belangrijke gebeurtenis. Op de pagina over Kerst kon je al lezen dat Jezus naar de wereld kwam om de mensheid te verlossen van de zonde. De uitvoering van het verlossingsplan dat God gemaakt had. 

God is een rechtvaardig God. Het recht moet zegevieren. Als mensen, jij of ik, niet naar Hem luisteren, als we zondigen, verdienen we volgens dat recht straf. Die straf zouden we zelf moeten dragen. Maar zelfs daar had God een oplossing voor bedacht: in het verleden, voor Jezus stierf, mochten de mensen een offer brengen. Dan werd er een dier geslacht en aan God geofferd. Zo hoefde de mens niet zelf de straf te dragen, maar stierf het dier in plaats van hem. Die offers werden steeds herhaald. Maar al die offers waren niet genoeg.

Toen Jezus, Gods eigen Zoon, aan het kruis stierf, werd de schuld in zijn geheel voldaan. Dit grote Offer dat meer dan 2000 jaar geleden werd gebracht, was genoeg om alle zonden van alle mensen weg te doen. Jezus stierf in jouw en mijn plek. Hij droeg de straf die ik had verdiend. Als je deze gedenkdag in drie woorden zou moeten samenvatten, zou dat zijn: Hij voor mij. Daarom heet deze vrijdag ‘Goede Vrijdag’

 

zaterdag 30 augustus 2025 - 1 Korintiers 2:9-10
Het staat al in de heilige boeken: ‘Geen mens kent Gods wijze plan, geen mens heeft het bedacht of begrepen. Maar God heeft zijn plan bekendgemaakt aan de mensen die van hem houden. Zo wilde God het.’ God heeft zijn plan bekendgemaakt aan mij, en aan anderen die het goede nieuws vertellen. Hij deed dat door ons zijn heilige Geest te geven. Gods Geest weet alles, zelfs wat God denkt. -- 1 Korintiers 2:9-10