​​

Typering van onze gemeente

De hervormde gemeente Nieuwpoort wil Gemeente van Jezus Christus zijn. Dit is onze missie, maar bovenal het geschenk dat wij hebben ontvangen. Wij geloven dat God ons als gemeente tot Hem heeft geroepen om leden van één geestelijk Lichaam te zijn, waarvan Christus het Hoofd is (1Korinthe 12). Als Gemeente van Christus leven wij van de adem van de Geest, gevoed door het Woord van God, om Hem de eer te geven die Hem toekomt.

De Heilige Schrift, Gods Woord geïnspireerd door Zijn Geest, is het fundament van onze gemeente. Gods Woord bepaalt de ruimte waarin wij mogen leven en bepaalt de richting en ook de grenzen van al ons denken en handelen.

Als hervormde gemeente, voortgekomen uit de Reformatie, weten wij ons verbonden met de algemene belijdenisgeschriften van de kerk (de Apostolische Geloofsbelijdenis en de geloofsbelijdenissen van Nicea en van Athanasius) en met de drie Formulieren van Enigheid (de Heidelbergse Catechismus, de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Dordtse Leerregels).

Kenmerken van deze verworteling in de Reformatie zijn: het leven uit de genade die de Heere Jezus ons heeft gebracht – de nadruk op persoonlijk geloof (bekering en het onderhouden van een persoonlijke geloofsrelatie) – het centaal stellen van Gods Woord, Bijbelonderwijs en prediking – een tamelijk sobere eredienst (waarin wel ruimte is voor nieuwe impulsen) – ‘heiliging’ van het persoonlijke leven en het gemeenteleven (christen zijn in praktijk).

Wat de kerkelijke kaart van Nederland betreft, beweegt de hervormde gemeente Nieuwpoort zich binnen de Protestantse Kerk in Nederland op het snijvlak van de stromingen ‘Gereformeerde Bond’ en ‘Confessionele Vereniging’.

Meer informatie

vrijdag 18 september 2020 - Jakobus 5:16-18
Vertel elkaar wat je verkeerd gedaan hebt. En bid voor elkaar. Dan zullen jullie gered worden. Want als goede en eerlijke mensen tot God bidden en hem om iets vragen, zullen ze het zeker krijgen. Denk eens aan de profeet Elia. Hij was maar een gewoon mens, net als wij. Ooit vroeg hij aan God om het niet meer te laten regenen. En door zijn gebed regende het drieënhalf jaar niet. Er groeide niets meer op het land. Daarna vroeg Elia aan God om het wel te laten regenen. Toen kwam er weer regen uit de hemel, en alles op het land begon weer te groeien. -- Jakobus 5:16-18