​​

Pinksteren

Pinksteren is naast Kerst, Pasen en Hemelvaart het vierde grote feest van de kerk. Het is het minst bekend. Pinksteren betekent 50. Het wordt vijftig dagen na Pasen gevierd. 50 dagen na Pasen zijn de discipelen, de leerlingen van Jezus, in afwachting van wat er komen gaat. Jezus heeft hen opdracht gegeven de wereld te vertellen dat Hij leeft, dat er vergeving is en dat mensen God kunnen leren kennen. ‘Maar nu nog niet’, zei Hij erbij. ‘Wacht op de Geest’. En op die eerste Pinksterdag is het begonnen. Terwijl veel Joden in Jeruzalem zijn samengekomen om het oogstfeest te vieren, daalt de Geest van God neer op de aanwezige leerlingen. Ze raken in vuur en vlam. Zo leek het tenminste: de mensen die het zagen gebeuren, hoorden het geluid van een geweldige wind en zagen vlammen op de hoofden van de discipelen.

Na die gebeurtenis wordt de opdracht van Jezus uitgevoerd. Mensen, die door de Heilige Geest zijn geïnspireerd, verbreiden het goede nieuws van Jezus, de vergeving van zonden, verlossing en van God die wil dat mensen een relatie met Hem hebben. Eerst in Jeruzalem en omgeving, maar als snel via Turkije naar Europa.

Daarom viert de kerk met Pinksteren de komst van de Heilige Geest. Ook nu nog raakt de Geest van God mensen aan, zodat ze vol worden van de boodschap van Jezus. En als dat gebeurt, verandert er iets. Dan blijf je niet langer toeschouwer, maar dan geeft de Geest je die innige relatie met God. Dan leert Hij je dat je vergeving van je zonden krijgt en helpt Hij je die wonderlijke boodschap van Jezus te begrijpen.

 

Meer informatie

vrijdag 18 september 2020 - Jakobus 5:16-18
Vertel elkaar wat je verkeerd gedaan hebt. En bid voor elkaar. Dan zullen jullie gered worden. Want als goede en eerlijke mensen tot God bidden en hem om iets vragen, zullen ze het zeker krijgen. Denk eens aan de profeet Elia. Hij was maar een gewoon mens, net als wij. Ooit vroeg hij aan God om het niet meer te laten regenen. En door zijn gebed regende het drieënhalf jaar niet. Er groeide niets meer op het land. Daarna vroeg Elia aan God om het wel te laten regenen. Toen kwam er weer regen uit de hemel, en alles op het land begon weer te groeien. -- Jakobus 5:16-18