​​

Kerst

Kerst is het geboortefeest van Jezus Christus. Onze jaartelling is begonnen bij deze geboorte. Jezus werd geboren in een stal in Bethlehem. Engelen kondigden zijn geboorte aan bij de herders die niet ver daarvandaan in het veld waren. Een ster wijst de weg aan wijze mannen uit het Oosten die Hem eer komen bewijzen.

Dit pasgeboren Kind is niet zomaar een kind. Hij is de Zoon van God. In Jezus komt God zelf naar de aarde. Dat Jezus geboren zou worden is al veel langer daarvoor beloofd. Toen God aarde en hemel, zon, maan en sterren, dieren, bloemen en mensen schiep, maakte Hij als kroon op de schepping de mens. God maakte hen naar Zijn evenbeeld en gaf hen opdracht voor de schepping te zorgen. Adam en Eva hadden een innige relatie met God en kregen het paradijs als plek om te leven. Adam en Eva waren ongehoorzaam aan God en moesten daarom het paradijs verlaten. De mens was gevallen en met de zonde kwamen allerlei ellende, ziekte en de dood in de wereld. De mooie, innige relatie die de mensen met God hadden was verstoord.

Toch liet God het daar niet bij. Er was geen hopeloze situatie ontstaan. God heeft een verlossingsplan en beloofde dat er een mens zou komen, die de relatie tussen God en mensen zou herstellen. Die belofte werd door de eeuwen heen door anderen, profeten, herhaald.

Met Kerst begint God met de daadwerkelijke uitvoering van Zijn verlossingsplan. De Verlosser, Gods Zoon, komt als een baby op de aarde. God doet wat Hij belooft. Daarmee is Kerst niet alleen een geboortefeest, maar ook een feest van hoop!
‘God werd mens’. Met die drie woorden kun je Kerst samenvatten.

 

Meer informatie

vrijdag 18 september 2020 - Jakobus 5:16-18
Vertel elkaar wat je verkeerd gedaan hebt. En bid voor elkaar. Dan zullen jullie gered worden. Want als goede en eerlijke mensen tot God bidden en hem om iets vragen, zullen ze het zeker krijgen. Denk eens aan de profeet Elia. Hij was maar een gewoon mens, net als wij. Ooit vroeg hij aan God om het niet meer te laten regenen. En door zijn gebed regende het drieënhalf jaar niet. Er groeide niets meer op het land. Daarna vroeg Elia aan God om het wel te laten regenen. Toen kwam er weer regen uit de hemel, en alles op het land begon weer te groeien. -- Jakobus 5:16-18